Parochie H. Gabriël

Bezinning

 

Wat een geheim: God zoekt boeren….

 

De tijd van snoeien en zaaien is al weer voorbij. Nieuwe planten en gewassen zijn al flink uit de grond gekomen, oude planten maken al weer ruim nieuwe scheuten. De zomer staat voor de deur. Deze tijd trekt als vanzelf aandacht voor het groeien en bloeien, en - voor wie het zo kan en wil zien - voor het geheim  of - voor gelovige mensen - het Geheim daarvan.

Afgelopen zondag ( de 11e door het jaar) ging het in de lezingen over dat Geheim. Ezechiël  benoemt het met een mooi beeld. Het nieuwe begin dat God met Zijn Volk wil maken aan het eind van de ballingschap vergelijkt hij met een jonge twijg, die God van de ceder neemt en zelf in de grond plant en doet groeien(Ezechiël 17, 22-23). Dit verhaal sluit aan bij de vergelijking die Jezus gebruikt in Marcus 4, 26-24: een boer zaait en gaat slapen en staat weer op; en onderwijl groeit het zaad en schiet het op. En dan staat er, heel kort: en hij weet niet hoe. Het groeien is een geheim, maar met Ezechiël mogen we geloven: het is een Godsgeheim.

 

Jezus gebruikt voor het Rijk Gods vergelijkingen en parabels. Dat Rijk van God groeit, zonder dat we weten hóe. Waarom zou Hij dat nou zo doen? Hij kan toch beter gewoon vertellen hoe in het in elkaar zit? Dat is toch waar wij, moderne, rationele mensen van 2018 op zitten te wachten? We willen toch wéten? Ik denk, dat Jezus door in vergelijkingen van het Rijk Gods te vertellen de aandacht op iets anders wil richten. Het verhaal van die boer begint met het zááien. Daarbij bleef ik haken: zaad moet gezaaid worden en daar zijn mensen voor nodig.  Dat geldt ook voor het zaad van het Rijk Gods. In de parabel worden we uitgenodigd om boer te zijn en te zaaien en er dan in geduld op te vertrouwen, dat het zaad- als een Gods wonder - zal ontkiemen en opgroeien. Zonder zaaiende mensen blijft het Rijk Gods, blijft Gods Volk en blijft God zelf onzichtbaar, in ballingschap zou je kunnen zeggen…

Onze parochie - en de Kerk in z’n algemeenheid - loopt het gevaar in ballingschap te raken. Daarom is het goed, dat we - in Gods Naam - twijgen nemen van de oude boom en die in nieuwe akkers planten. Het is goed om opnieuw te zaaien op zulke nieuwe akkers.

 

Maar daarbij ook: een beetje boer zal oude akkers niet verwaarlozen. Hij zal - met z’n arbeiders - de grond opnieuw bewerken en er zaad op uitstrooien, misschien wel - zo mogelijk - zaad van nieuwe producten….

Het gaat erom, of we in Gods Naam boer (M/V!) willen zijn. In de wil daartoe mogen we ons in onze parochie met elkaar verbonden weten, op welke akker we dan ook werken. Dan zullen we groeien in het Geheim dat God zelf is.

 

Pastor Guus

 

 

 

 

<< terug naar vorige pagina